Skype ARA Tours Follow ARA Tours on Facebook Follow ARA Tours on Twitter ARA Tours is lid van de Maatwerkspecialisten.
Nederlandse Antillen > Sint Maarten
Achtergronden

Sint-Maarten is het grootste eiland van de Bovenwindse eilanden. Het eiland is vrijwel rond, met uitzondering van de westelijke Lowlands, en heeft een totale oppervlakte van 86 vierkante kilometer. Het Nederlandse deel beslaat circa 34 vierkante kilometer en bevindt zich in het zuiden. De grens tussen het Franse en Nederlandse deel loopt dwars over het eiland. Deze verdeling kwam tot stand in 1648. Het eiland maakt deel uit van de noordelijke groep der Kleine Antillen en ligt 230 kilometer ten noorden van Guadeloupe, te midden van talrijke (voormalige) Engelse, Amerikaanse en Nederlandse kolonies. Het hoogste punt van het eiland is de in het midden gelegen Pic du Paradis met 424 meter. De Sentry Hill is met zijn 341 meter de hoogste top van het Nederlandse gedeelte. De hoofdstad van het Nederlandse deel is Philipsburg en Marigot van het Franse deel.

Philipsburg

De hoofdstad van het Nederlandse deel van Sint-Maarten is Philipsburg. Het langgerekte stadje is gelegen op een ruim 1500 meter lange, smalle zandbank, die Great Bay scheidt van de zoutpannen, de Great Salt Pond. Philipsburg is vernoemd naar de stichter: gouverneur John Philips. Zijn besluit om hier een nederzetting te vestigen was niet meer dan logisch. Aan de ene kant lagen de zoutpannen met het felbegeerde zout en aan de andere zijde van deze landtong bevond zich een natuurlijke haven in de vorm van een beschutte baai, waar de schepen voor anker konden gaan en het zout kon worden ingeladen. Reeds in 1733 woonden hier dus mensen en in circa 1740 kreeg de kleine nederzetting een meer permanent karakter. Vanuit het oude centrum rondom het uit 1793 daterende Court House breidde de stad zich door de jaren heen naar het westen en oosten uit. Tot 1968 bestond de stad slechts uit twee lange straten, Front Street en Back Street, door talrijke steegjes met elkaar verbonden. Tussen 1966 en 1968 werd aan de kant van de Great Salt Pond een strook grond van ongeveer 200 meter breedte drooggelegd om ruimte te creŽren voor uitbreiding. Deze strook werd toepasselijk Pondfill genoemd en is inmiddels ook al weer zo goed als vol gebouwd.

Het karakter van Philipsburg wordt tegenwoordig in grote mate bepaald door het toerisme. Het centrum wordt nog altijd gevormd door het Wathey Square, het voormalige De Ruyterplein. Aan de zeezijde bevindt zich hier een grote aanlegsteiger voor de 'tenders' of pendelbootjes van de grote cruiseschepen, die voor de baai voor anker gaan. Als gevolg van een langzaam in hoogte stijgende zandbodem is Great Bay voor grote cruiseschepen niet toegankelijk en is het niet mogelijk hier aan te meren. Het verkeer van de pendelbootjes en de vele voor anker gegane schepen geven de haven een sfeervol karakter.

Aan de landzijde van het plein staat het Court House en links en rechts vindt men de hoofdstraat van Philipsburg: Front Street. Het oorspronkelijke straatbeeld van deze straat is de afgelopen dertig jaar geheel verloren gegaan. De woonfunctie is geheel verdwenen en heeft plaats gemaakt voor commerciŽle activiteiten. De straat puilt uit van de belastingvrije winkels, de een nog groter en gevarieerder dan de ander. Als er cruiseschepen in de haven liggen is het er een drukte van jewelste. Naast winkels kan men hier ook talrijke restaurants en bars aantreffen alsmede enkele hotels en casino's. De steegjes tussen Front Street en Back Street en Back Street zelf hebben een meer authentiek karakter. Hier kan men ook nog een groot aantal traditionele woonhuizen aantreffen. Het verkeer in Philipsburg is ondanks het eenrichtingsverkeer ronduit chaotisch en parkeren in het centrum is nauwelijks mogelijk. In Front Street bevinden zich behalve het Court House en de talrijke belastingvrije winkels nog een aantal interessante bezienswaardigheden, zoals ťťn van de oudste hotels van het eiland: de Pasanggrahan. Verder de uit 1851 daterende Methodistenkerk, het Sint-Maarten Museum, de Rooms-Katholieke kerk St. Martin uit 1844, de kleurrijke Guavaberry Shop en aan het oostelijke uiteinde van de stad ligt House Vineyard, een van de weinige goed bewaarde voorbeelden van traditionele architectuur.

Flora & fauna

De flora is op Sint-Maarten als gevolg van het klimaat vrij beperkt. Ze omvat circa 700 soorten waaronder een groot aantal varens en diverse cactussoorten. De Yellow-Orange Sage is de nationale bloem. Ook groeit er op bescheiden schaal fruit: bananen, sinaasappels, mango's, citroenen, ananas, avocado's enzovoort. Sint-Maarten is bekend om de Guavaberry. Van de oranje en donkerpaars gekleurde bessen wordt een lokale likeur gestookt. Met de fauna is het eveneens slecht gesteld. Er komt slechts een fractie van het aantal diersoorten voor dat normaal gesproken in dit gebied aanwezig zou kunnen zijn. Ook hier heeft het toerisme een negatieve invloed. Wel kan men er in redelijke aantallen hagedissen en vogels aantreffen. De meeste vogels komen evenwel alleen maar om te overwinteren of zijn op doortocht naar een andere broedplaats. Een deel van de vogelstand bestaat uit zogenaamde strandvogels: deze vogels broeden op of bij het strand.

De zeeflora rondom Sint-Maarten is vergelijkbaar met die van de andere Bovenwindse eilanden. De belangrijkste vissoorten in de wateren rond Sint-Maarten zijn: Bonito, Butterfish, Doctorfish, Grouper, Jack, Parrotfish, Rock Beauty en Snapper. Duiken begint steeds populairder te worden, maar dat is niet de reden waarom mensen naar Sint-Maarten komen.

Bevolking

Ook de historie van Sint-Maarten is in grote mate bepalend geweest voor de samenstelling van de huidige bevolking. In etnisch opzicht verschilt de bevolking op Sint-Maarten niet zo veel van die van de omringende eilanden. Er woont een relatief kleine groep blanken van gemengd Europese afkomst en een grote groep kleurlingen. Het negroÔde volksdeel is op deze eilanden sterk vertegenwoordigd. Vanaf 1960 tot heden is de bevolking op Sint-Maarten ook fors toegenomen. De explosieve bevolkingsgroei vindt zijn oorzaak in de sterk groeiende toeristenindustrie van de afgelopen decennia. Gezien deze 'booming' toeristenindustrie op Sint-Maarten is het merendeel van de huidige bevolking op dit eiland oorspronkelijk afkomstig van andere Caribische eilanden. Tijdens een recente volkstelling bleek dat slechts 41 procent van de bevolking op dit eiland geboren was. In 1930 was dat nog ruim tachtig procent. Twintig procent bleek afkomstig te zijn van de andere eilanden van de Nederlandse Antillen. Het merendeel van de 'vreemdelingen' (39 procent) komt van de buureilanden Anguilla, Nevis en St. Kitts (voormalige Britse koloniŽn). Aan het begin van de jaren zestig telde het eiland ruim 2700 inwoners, nu zijn dat er ruim 34.000!

Economie

De economie van Sint-Maarten is sedert de jaren zestig hoofdzakelijk gebaseerd op het toerisme. In 1955 kreeg Sint-Maarten zijn eerste bescheiden (20 kamers) luxueuze hotel, het Little Bay Hotel. In 1964 opende Caravanserai, nabij de luchthaven, haar poorten. Diverse kleine hotels en zogenoemde guesthouses volgden. In de jaren zeventig barstte het hotelgeweld pas goed los met grote resorts als Mullet Bay, Great Bay Beach enzovoort. Er ging geen jaar voorbij of er ging wel een of ander luxe hotel- of appartementencomplex open. In 1943 werd Juliana Airport aan de zuidzijde van de Simpson Bay Lagoon op een zandbank aangelegd. In 1964 werd de start- en landingsbaan tot 1600 meter verlengd en enkele jaren later verder uitgebreid tot 2150 meter. In 1973 werd de luchthaven geschikt gemaakt voor de modernste straalvliegtuigen. Juliana Airport (of Prinses Juliana Luchthaven) werd daardoor ťťn van de meest moderne luchthavens van het Caribisch gebied. Het aantal arriverende passagiers steeg hierdoor stormachtig. In 1983 werd de luchthaven wederom uitgebreid en verbeterd. Al deze zaken hebben er toe bijgedragen dat het toerisme explosief groeide. Er werd en wordt goed verdiend in de toeristenindustrie met als gevolg dat andere bronnen van inkomsten zijn verwaarloosd. Er is op Sint-Maarten nauwelijks nog industrie. In 1983 sloot de Pott Rum fabriek haar poorten, tot dan de grootste industrie op het eiland. Verder is er nog, zij het op bescheiden schaal, een visserijbedrijf actief. Al met al is de economie van Sint-Maarten eenzijdig en staat de infrastructuur van het eiland door het toenemende toerisme onder druk. Het percentage werklozen is mede onder invloed van de groeiende stroom werkzoekende immigranten hoog.

Geschiedenis

Sint-Maarten is volgens de geschiedschrijvers 'officieel' ontdekt door Christoffel Columbus tijdens zijn tweede reis naar de Nieuwe Wereld. Op weg naar Hispaniola passeerde hij op 11 november 1493 een eiland waaraan hij de naam Sint-Maarten gaf. Op de Mapa Mundi, de oudst bekende kaart van het Caribisch gebied die tijdens deze reis door de cartograaf Juan de la Cosa werd vervaardigd, is het aangegeven eiland waarschijnlijk niet het tegenwoordige Sint-Maarten, maar het nabij gelegen Nevis. Vermoedens bestaan dat hij het huidige Sint-Maarten niet eens heeft gezien.

Sint-Maarten was destijds niet permanent bewoond, maar werd wel regelmatig aangedaan door de in deze contreien woonachtige Carib-Indianen. In naam werd het eiland wel aan het Spaanse rijk toegevoegd, maar van een feitelijke bezetting is nooit sprake geweest. Met de opkomst van de West-Indische Compagnie kreeg de Nederlanders behoefte aan een steunpunt in het Caribisch gebied. De keuze viel op Sint-Maarten. Dit eiland had een goede natuurlijke haven en tevens de felbegeerde zoutpannen, die het voor de haringvisserij broodnodige zout konden leveren. Omstreeks 1630 werd het besluit genomen het eiland permanent te bezetten en in augustus 1631 nam Jan Claeszoon van Campen met een handjevol soldaten het eiland in. De zoutwinning werd met succes ter hand genomen en al snel bloeide de zouthandel op Sint-Maarten op. De zoutopbrengst was aanzienlijk, dit tot grote ergernis van de Spanjaarden. Het zoutmonopolie van Spanje was doorbroken. Dat was echter van korte duur want in mei 1633 verliet een Spaanse Armada, onder bevel van Markies de Cadereyta, Spanje en verscheen op 25 juni van dat jaar voor de haven van Sint-Maarten. De Spanjaarden sommeerden commandeur Van Campen om zich over te geven. Hij weigerde, maar nadat bleek dat het de Spanjaarden ernst was, gaf hij zich na onderhandelingen over. De Nederlanders kregen een vrije aftocht. Met Sint-Maarten ging tegelijkertijd ook de Nederlandse kolonie op Anguilla verloren. Dit verlies zat de Nederlanders niet lekker en in 1644 ondernam Peter Stuyvesant een poging om Sint-Maarten voor de Nederlanders te heroveren.

De herovering mislukte, maar toen de Spanjaarden een jaar later besloten dat het beter was Sint-Maarten te verlaten omdat de bezettingskosten hen te hoog werden, maakten de Fransen en Nederlanders - op grond van hun vroegere vestiging - beiden aanspraak op het eiland. In maart 1648 kwam een verdelingsverdrag met de Fransen tot stand, waarbij het zuidelijk deel van het eiland in Nederlandse handen kwam en het noordelijk deel Frans bezit werd. Het betekende het begin van een roerige periode. Het eiland werd geregeld aangevallen en was een speelbal tussen Engelse, Franse en Nederlandse bezetters.

Het gezag over het eiland had tot 1791 bij de Westindische Compagnie gelegen. Nadat de Compagnie ter ziele was gegaan, kwam het gezag achtereenvolgens te liggen bij een Raad van ColoniŽn in de West-IndiŽn, vervolgens bij een Committť tot de Zaken van de ColoniŽn en Bezittingen op de kust van Guinea en America en daarna bij een Raad der Amerikaansche ColoniŽn en Bezittingen. In 1815 kwam daar een eind aan: bij Koninklijk Besluit werden drie koloniŽn ingesteld: de kolonie Suriname, de kolonie CuraÁao en onderhorigheden (Aruba en Bonaire), en de kolonie Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Saba. Voor de drie koloniŽn werd een Regeringsreglement ingesteld. Er werd op CuraÁao een Gouverneur-Generaal geÔnstalleerd en op de Bovenwindse eilanden werd een Gouverneur gestationeerd. Na de afschaffing van de slavernij in 1862 werd er tevens een zogenoemde Koloniale Raad ingesteld. Deze raad betekende het begin van was een soort volksvertegenwoordiging. De wetgevende macht van deze raad was echter zeer beperkt. Politieke beslissingen werden in Nederland genomen. Pas in 1936 kwam daar verandering in. De hele discussie op CuraÁao over onafhankelijkheid is grotendeels aan Sint-Maarten voorbijgegaan. Het kleine eiland telde slechts een paar duizend inwoners totdat het toerisme aan eind van de jaren zestig in opkomst kwam. Sindsdien gaat het voorspoedig met Sint-Maarten.

Cultuur & Folklore

Op Sint-Maarten werd in 1960 het Cultureel Centrum St. Maarten opgericht. Later werd de naam gewijzigd in Sint Maarten's Council on the Arts. Doelstelling is het stimuleren van diverse activiteiten op cultureel gebied. Deze activiteiten spelen zich voor een groot deel af in het Cultureel Centrum in Back Street, Philipsburg. Op dit eiland zijn Engelse invloeden van grote invloed geweest, hetgeen gezien de ligging van Sint-Maarten nabij een aantal (voormalige) Britse kroonkolonies niet zo vreemd is. Mede onder invloed daarvan is de voertaal ook Engels. De grote diversiteit aan bewoners, variŽrend van Nederlanders tot afstammelingen van Afrikaanse plantageslaven, is bepalend geweest voor het ontstaan van de huidige cultuur. De bonte mengeling van gebruiken en tradities heeft ook geresulteerd in typisch Antilliaanse klederdracht, muziek- en dansvormen. Specifiek voor de Bovenwindse eilanden is de Calypso. Dit is een zogenaamde topical ballad die oorspronkelijk uit Trinidad komt en waarin de dingen van de dag worden bezongen. De erbij behorende dans is in tweekwartsmaat met een vervroegde geaccentueerde tweede tel. De Calypso-muziek is uitermate geschikt voor de steelband. Een van de belangrijkste muzikale uitingsvormen van de Engelstalige Caribisch eilanden. Kenmerkend voor een steelband is dat het orkest is samengesteld uit slaginstrumenten die vervaardigd zijn uit stalen olievaten. De (veelal gebruikte) vaten worden op verschillende hoogten doorgesneden en ter verkrijging van de gewenste toonhoogte worden op de bodem een aantal deuken gehamerd. Het aantal deuken is afhankelijk van de gewenste toonhoogte. De kleine vaten worden met een koord om de hals gedragen, terwijl de grotere op een voetstuk worden gemonteerd. De steeldrums worden met stokken bespeeld. Het levert een karakteristiek en zeer herkenbaar geluid op. Een steelband bestaat meestal uit minimaal zeven spelers. In carnavaltijd wordt de band veelal uitgebreid met blaasinstrumenten en diverse ritmische instrumenten.

Een groot aantal van deze dansen wordt door folkloristische groepen onder begeleiding van een muziekband tijdens speciale optredens getoond. Sint-Maarten heeft elk jaar een aantal feestdagen, die al dan niet met folkloristische activiteiten opgeluisterd worden. De belangrijkste is Carnaval. Op Sint-Maarten vindt dat in de laatste twee weken van april plaats, omdat in februari, maart en april de meeste kinderen, die de middelbare school bezoeken, niet op het eiland aanwezig zijn. Op 11 november, Sint Maarten Day genaamd, herdenkt men jaarlijks het feit, dat het eiland sedert 1648 verdeeld is tussen de Fransen en de Nederlanders.


©2018 ARA Tours B.V.  |  Disclaimer  |  Copyright