|
Met een oppervlakte van circa 21.000 km2 wordt El Salvador erkent als het
kleinste land van Midden- Amerika. El Salvador heeft dan ook de bijnaam 'Pulgarcito de Amerika'; het duimpje van Amerika. Het spreekwoord 'klein maar
fijn' is zeker hier van toepassing. Juist door die geringe oppervlakte zijn er
nog geen 45 minuten nodig om geheel te veranderen van omgeving en kan er
geprofiteerd worden van de enorme diversiteit in een kort tijdsbestek. Het best
bewaarde geheim van Midden - Amerika grenst in het westen aan Guatemala, in het
noorden en oosten aan Honduras en in het zuiden aan de stille Oceaan.
Zon
& Strand
El Salvador is het
enige land in Midden - Amerika dat niet grenst aan de Caribische Zee, des al
niet te min heeft El Salvador een kust van meer dan 300 kilometer grenzend aan
de stille Oceaan. De meest uitdagende snelweg van Midden - Amerika de Litoral
Highway verbindt de vele stranden en doorkruist het gebied door middel van
tunnels door rotsige bergen en biedt de reiziger spectaculaire uitzichten op de
zee en omliggende kliffen. De kust wordt bezocht door een divers publiek. Zo is
het een waar paradijs voor duikers, vissers, surfers en natuurliefhebbers.
Vooral in de westelijke
regio is een bijzondere plaats om te duiken. Hier ligt een gouden koraalstrand
Los Cóbanos, dat vormgegeven is door riffen. Duikers kunnen hier 5 kilometer in
de openzee en op 20 á 30 meter diepte het grootste rotsige rif van het noorden
van de Stille Oceaan bezichtigen.
De vele gouden en
zwarte stranden zijn ook ideaal voor ontspanning en lenen zich uitstekend
voor het beoefenen van strandsporten, zonnen en surfen. Vooral de stranden die
centraal gelegen zijn, zijn favoriet bij de surfers. Één van die stranden is
het La Paz strand. De golven zijn hier van internationaal niveau. Vandaar dat
hier regelmatig belangrijke surfwedstrijden van
Midden- en Zuid- Amerika gehouden worden. Voor de visliefhebber is een bezoekje
aan de vele pieren interessant. Bijvoorbeeld op de Port of La Libertad is de net
gevangen buit van de visser te koop of kan er vis gegeten worden in de vele
visrestaurants.
Ook voor de natuur
is een bezoek aan de kust de moeite waard. Zowel in het westen, het centrale
deel,
als in het oosten van El Salvador zijn mangrovereservaten. De
belangrijkste en bekendste reservaten zijn de Jiquilisco baai, gelegen in het
oosten, en de Jaltepeque Estaury, gelegen in het midden. Deze gebieden zijn het
habitat van vele vogelsoorten en voor de vogelliefhebber dan ook dé plaats om
te bezoeken. Vooral hierdoor is de baai uitgeroepen door UNESCO als Biosfeer
Reservaat. Zowel de kanalen van de Jiquilisco baai als de Jaltepeque Estaury,
zijn al peddelend te bevaren. Bovendien kan er gevist worden.
In de omgeving van
Jiquilisco baai ligt het beschermde gebied Chaguantique. Hier zijn de slingeraap en
de grote blauwe vlinder in de oorspronkelijke habitat te bewonderen. Daarnaast
is er vanaf de baai ook een excursie te maken naar het eiland Espiritu Santo,
waar de extractie van kokosnootolie plaatsvindt en te bezichtigen is.
In het oosten is
een belangrijke formatie te vinden met een groot ecologische diversiteit; de
golf van Fonseca. Deze golf wordt gedeeld met Honduras en Nicaragua en bevat een
aantal eilanden die door vulkanische activiteit zijn ontstaan. De eilanden die
tot El Salvador behoren zijn Meanguera, Meanguerita, Conchaguita, Punta Zacate,
Martin Perez en andere kleine eilanden.
Bergen, meren
en vulkanen
De stranden worden
afgewisseld door een overvloed aan tropische flora, bergen, meren en vulkanen.
Het landschap van El Salvador wordt vooral gevormd door de 25 aanwezige
vulkanen. De meest bekende en bijzondere vulkanen zijn de Santa Ana, Izalco en
Quezaltepec. De Santa Ana vulkaan is met 2365 meter, de hoogste vulkaan van El Salvador en heeft bovendien de meeste
volume. Gelegen naast deze vulkaan is de Izalco vulkaan; de vuurtoren van de Stille Oceaan. Deze
1952 meter hoge, kegelachtige
vulkaan heeft vooral deze naam gekregen doordat de erupties te zien zijn vanaf
de oceaan. De Quezaltepec vulkaan torent met twee
piramidevormige pieken uit boven de vlakte. De ene top is kegelvormig en ligt op
2181 meter hoogte en de andere top is vlak met een hoogte van 2105 meter. De
laatste eruptie van de vulkaan was in 1917, toen El Salvador bijna verwoest
werd.
Door vulkanische
activiteiten zijn fumarolen aanwezig. Dit zijn openingen in de aardkorst waar
warme tot zeer hete gassen en dampen uitkomen. In het oosten dichtbij de
Chaparrastique vulkaan, één van de meest imposante vulkanen van Midden-
Amerika, zijn de Caroline geisers te bezichtigen. Deze geisers spuiten heet
water en stoom in een interval van zo'n 8 meter de lucht in.
Ook zijn er veel
meren ontstaan in de kraters van de vulkanen. Zo bevindt het meer van Alegria
zich in de krater van de Tecapa vulkaan. Dit kleine zwavelmeer wordt door de
groene kleur ook wel de 'smaragd van Amerika' genoemd. Ook gelooft men dat dit meer helende
kwaliteiten heeft.
Vruchtbare grond
is vooral te vinden op de hellingen van de vulkanen. Vandaar dat in het westen
en oosten van El Salvador de hoogste kwaliteit koffie wordt verbouwd en
wereldwijd geëxporteerd wordt naar onder andere Starbucks. Op deze
plantages zijn de industriële processen bij te wonen en kan de bezoeker de
cultuur, geschiedenis en levensstijl ervaren van de lokale bevolking.
De diversiteit aan
natuur komt vooral tot uiting in de nationale natuurparken van El Salvador. In
het westen ligt het park El Imposible. Dit is een tropisch en subtropisch woud dat bestempeld wordt als
het park met de meest uitgebreide
biodiversiteit van het land. Het heeft tal van microklimaten (van een
microklimaat is sprake als de omstandigheden op een zeer kleine schaal anders
zijn dan op basis van het verwachte klimaat). In dezelfde omgeving maar
dichtbij de vulkanen Santa Ama en Izalco, ligt het nationaal park Cerro Verde.
Dit is een nevelwoud met een
wijde variëteit aan orchideeën, waar de Guardabarranco vogel gespot kan worden. Dit is een van de best zingende vogels van de wereld.
El Salvador kent
vele mooie uitkijkpunten. Het hoogste punt van El Salvador ligt centraal op
circa 2735 meter. Dit punt is in 90 minuten te bereiken en levert een
spectaculair uitzicht op. Planes de Renderos is een ander uitkijkpunt, waar op
heldere dag het gehele land te zien is van noord naar zuid. Dit kan door middel
van een doorgang, die ook wel 'Puerta del Diablo' poort van de duivel wordt
genoemd. Deze doorgang maakt het mogelijk om ook het achterliggende landschap te
zien.
Geschiedenis
Pre-
Columbiaanse en koloniale geschiedenis
In juni 1524 viel
Pedro de Alvarado, een Spaanse conquistador, Cuscatlán binnen. Cuscatlán is de
inheemse benaming voor El Salvador en betekend: 'land van de kostbaarheden'. Voor de
komst van de Spanjaarden woonde hier verscheidene inheemse stammen, waarvan de
Pipil indianen het grootste aantal hadden. De ontmoeting tussen de Spanjaarden
en de Pipil indianen had bloedige gevechten tot gevolg. Na 17 dagen vonden vele indianen de dood
en moest Pedro de Alvarado verslagen en gewond aan zijn linkerheup zich
terugtrekken.
Zijn neef Diego
keerde echter terug en ging de strijd wederom aan met de Pipil indianen en
veroverde El Salvador. Sinds die dag maakte Cuscatlán deel uit van het al
gekoloniseerde Guatemala en bleef het 'land van de kostbaarheden' gedurende 3 eeuwen
in Spaanse handen. De overlevenden van de Pipil indianen
hadden vanaf die dag geen privé bezit meer en werden gedwongen om voor de
Spanjaarden te werken, om zo een opgelegde hoge belasting af te kunnen betalen. In
die tijd werd vooral Indigo verbouwd en geëxporteerd. Later kwam hiervoor
koffie in de plaats.
In deze tijd bepaalde
de afkomst tot welke rangorde iemand behoorde. De top werd gevormd door de Peninsulares;
Spanjaarden die in Spanje geboren waren. Daarna kwamen de Criollos; Spanjaarden
die in de Amerikanen geboren waren. Weer daaronder kwamen de Mestizos; Een
mix van indianen en Spanjaarden. Deze groep had iets van rechten, maar net als
de indianen, hadden zij geen privé bezit.
Onafhankelijkheid
De succesverhalen
over de Amerikaanse en Franse revolutie waaide over naar El Salvador en werd
ontvangen door de Criollos. Zij vonden inspiratie uit deze verhalen en
wilde door middel van een opstand een einde maken aan het Spaanse gezag. Hierbij
kregen ze hulp van de indianen, die beloofd werd dat er een einde zou komen aan
de misbruik en uitbuiting. Na een elfjaar lange strijd werd op 15
september 1821 de onafhankelijkheidsverklaring getekend in Guatemala. In 1822
was El Salvador voorstander om de landen van Midden - Amerika te verenigen tot
de Verenigde Provincies van Centraal Amerika. Deze hield stand tot 1838, toen El
Salvador een soevereine staat werd.
De Criollos hadden
de inheemse bevolking meer rechten en bezit toegezegd, maar niet gegeven.
Vandaar dat zij in de
19e eeuw in opstand kwamen voor hun rechten. Deze opstand werd hard onderdrukt door de
regering. De regering kwam vervolgens met nieuwe wetten en vormde alle landen om tot
grote koffieplantages. De inheemse bevolking werd wederom gebruikt voor de
arbeid op deze plantages en kregen hiervoor in de plaats een
hongerloontje.
20ste eeuw
Ondanks dat El
Salvador een democratie was geworden, werd het in werkelijkheid beheerst door
een elite van 14 families. Dit waren de grootgrondbezitters van de
koffieplantages. De enorme scheve machtsverhouding zette zich voort en had tot
gevolg dat de boeren regelmatig in opstand kwamen. Bij deze opstanden werd er
door de elite de hulp ingeschakeld van de militaire macht, die op hun beurt de
opstand op een bloedige wijze onderdrukten.
Burgeroorlog
Persoonlijke
vrijheden waren een illusie en verkiezen waren schijnvertoningen. Hierdoor
vormde zich een politieke organisatie van werkers, boeren, vrouwen en studenten,
die geïnspireerd werd door het Marxisme, om op te komen voor politieke en
economische rechten. Velen
hadden het gevoel dat de 'legale' politieke activiteiten geen zin meer hadden en
dat veranderingen eeuwig uit zouden blijven. Zij verenigden zich in de FMLN in
1980. Deze groep startte in datzelfde jaar bloedige nationale aanvallen en
kregen het voor elkaar om delen van de hoofdstad te bezetten.
De toenmalige regering
sloeg terug met terreur. Mensen werden vermoord en
onthoofd en gebruikt als sociale terreur tegen de FMLN. Dit mondde zich uit in
een burgeroorlog. Vooral door internationale steun (waaronder de Verenigde
Staten) aan de kant van de FMLN werd de druk op de elite steeds groter.
In 1991, na 80.000
doden en veel geëmigreerde Salvadoranen, werd er een overeenkomst getekend tussen
de regering en de FMLN met als resultaat een staak het vuren. In deze
overeenkomst werd opgenomen dat de omvang van het leger verminderd moest worden,
dat de democratie benadrukt moest worden, dat de regering geen interne
bewakingsrol meer mocht hebben, dat de nationale politie vervangen werd door een
civiele politie en dat de overheid leningen diende te verstrekken om
grondaankopen te kunnen doen. Ondanks die overeenkomst is er nog steeds een
scheve verdeling van rijkdom en land. Nu bezit ongeveer 1% van de bevolking 40%
van het vruchtbare land.
Bevolking
De bevolking van
El Salvador bestaat voor circa 90% uit Mestizos; een mix van indianen en
Spanjaarden, voor circa 9% uit een inheemse bevolkingsgroep en voor 1% uit
Europeanen. Ondanks de onafhankelijkheid, heeft El Salvador nog steeds de
Spaanse taal en het Rooms- Katholieke geloof als erfenis uit het Spaans
koloniale tijdperk.
Voor de Spaanse
verovering werd er een inheemse taal gesproken. Door de Spaanse overheersing,
maar vooral door het bloedbad dat in 1932 plaatsvond is die inheemse taal
vrijwel geheel verdwenen. In dat jaar kwamen de Indiase platteland boeren in
opstand. Deze opstand werd door een generaal op een bloedige wijze onderdrukt en
had als gevolg dat 30.000 de dood vonden. Diegene die het overleefden verborgen
sindsdien uit angst hun identiteit en veranderde van kleding en taal. Op dit
moment kan nog zo'n 5% van de bevolking de inheemse taal spreken.
Het enorme
verschil van arm en rijk is nog steeds aan de orde van de dag. Zo verdient de
armste 20% slechts 2% van het nationaal inkomen, terwijl de rijkste 20% zo'n 66%
ontvangt. Dit onderlinge verschil kan niet meer toebedeeld worden aan een
etnisch onderscheid, aangezien een overgrote meerderheid van de bevolking
behoort tot de Mestizos.
Deze ongelijkheid
uit zich vooral in de opbouw van de huizen. Zo zijn landelijke huizen gemaakt
van Adobe; stenen klei en stro. Deze huizen hebben vaak een grote veranda aan de
voorzijde van het huis. De meeste tijd wordt hier doorgebracht. De kamers in het
huis worden hoofdzakelijk gebruikt als slaapplaats en opslagplaats. Het komt
vaak voor dat families van zeven of meer mensen één of twee kleine kamers
delen.
Stedelijke
woningen hebben een typisch koloniale architectuur. De buitenruimte is in het
midden van het huis.Moderne stedelijke
middenklasse en hogere klasse huizen hebben vaak een kleine tuin aan de
voorzijde en hebben ter veiligheid een grote muur met prikkeldraad en glas. Deze
huizen zijn dan ook vaak niet te zien vanaf de straat.De aller armste
gezinnen hebben vaak hun huizen gemaakt van afgedankte materialen zoals
karton.
Trouwen gebeurd
vooral op informele basis. Een man en een vrouw zetten een huishouden op en voeden
hun kinderen op zonder enige burgerlijke of kerkelijke dienst. Wanneer er wel
getrouwd wordt in de kerk, wordt dit in principe beschouwd als onomkeerbaar. In
El Salvador kan er pas met een leeftijd van 18 jaar getrouwd worden, tenzij de
vrouw al zwanger is of al kinderen heeft. Het is erg gebruikelijk om eerst
kinderen te krijgen en daarna te trouwen. Vooral door de invloed van de
Katholieke kerk, wordt de echtscheiding nog maar nauwelijks toegelaten.
Economie
El Salvador heeft
een lichte economische groei, voornamelijk door geldoverboekingen van
Salvadoranen vanuit de Verenigde Staten en door de privatisering van een aantal
sectoren. Deze lichte stabiliteit van de economie biedt slechts mogelijkheden
voor een klein aantal inwoners. Een groep van 37,2% van de bevolking leeft onder
de armoedegrens en kan nauwelijks voorzien in de basisbehoeften van het
levensonderhoud zoals; kleding, goed drinkwater, voldoende voedsel, goede
huisvesting, goed onderwijs en goede gezondheidszorg. Zij leven op
het platteland voornamelijk van de landbouw. Hier wordt vooral rijst, maïs, bonen,
gierst, koffie, suiker en katoen verbouwd. Vooral door het gebrek aan opleiding,
vinden zij nauwelijks aansluiting bij de commerciële - en arbeidsmarkt. Vandaar
dat vele van hen het gras groener zien aan de overkant en vertrekken naar de Verenigde
Staten.
Vooral veiligheidssituaties
en grote inkomensverschillen zorgen voor een belemmering van de toekomstige
economische groei. Bovendien is El Salvador erg kwetsbaar voor natuurrampen, die
ook hun invloed hebben op de economie. Voorbeelden hiervan; in 1998 orkaan Mitch,
in 2011 twee hevige aardbevingen en in 2005 modderlawines als gevolg van orkaan
Stan. Door deze natuurrampen is El Salvador telkens weer bezig met de
wederopbouw van het land.
Hoofdstad San Salvador
San Salvador is de hoofdstad van El Salvador en na Guatemala- stad de tweede
meest dichtbevolkte stad van Midden - Amerika. De stad wordt bewoond door zo'n
twee miljoen Salvadoranen, wat gelijk staat aan één derde van de totale
bevolking van El Salvador. Ondanks natuurlijke obstakels zoals de San Salvador
vulkaan, het Llopango meer en de San Jacinto heuvel, is San Salvador de snelst
groeiende stad van Midden - Amerika. Dit heeft tot gevolg dat er vooral veel
appartementenbouw plaats vindt. Door constante verbetering van de bouwtechnieken
is het mogelijk om steeds hogere en aardbevingsongevoelige gebouwen neer te
zetten.
De volledige naam
van San Salvador is 'La Ciudad de Gran San Salvador'. De stad ligt aan de voet
van de San Salvador vulkaan en bevindt zich in een aardbevinggevoelig gebied.
Vandaar dat San Salvador beter bekend staat als 'El Valle de las Hamacas'; de
vallei van de hangmatten.
In tegenstelling
tot veel andere steden in Midden - Amerika, is het financieel centrum van San
Salvador niet gelegen in het centrum. Vooral in de buitenwijken vinden de meeste
economische activiteiten plaats en wordt de helft van de gehele omzet in El
Salvador gegenereerd.
Het centrum bezit
nog niet over een 'skyline', maar is juist in het bezit van vele historische
gebouwen zoals het Nationaal Paleis, het Nationaal Theater, het Plein van de
Vrijheid en de Kathedraal van San Salvador.
Uitgaansgelegenheden,
restaurants, bars en cafés zijn vooral te vinden de wijk Zona Rosa. Probeer
hier met name het traditioneel Salvadoraanse gerecht Pupusa. Dit is een
handgemaakte tortilla van maïs gevuld met lokale kaas, gekookt varkensvlees,
bonen en vaak geserveerd met een koolsla van kool, rode pepers, tomaat en azijn.
|