|
Bonaire is het meest oostelijk gelegen eiland van de Benedenwindse Eilanden.
Het eiland ligt ongeveer 50 kilometer ten oosten van Curaçao en de afstand tot
het vasteland van Zuid-Amerika (Venezuela) bedraagt circa 80 kilometer. Het
hoogste punt van het eiland is de in het noordwestelijke deel gelegen heuvel Brandaris
met 240,8 meter. Bonaire heeft een vorm die doet denken aan een boemerang. In de
knik, waarvan de holle zijde naar het zuidwesten ligt, bevindt zich op circa 2
kilometer vanuit de kust het eilandje Klein-Bonaire. De lengteas van
Bonaire loopt van Lacré Punt in het zuiden naar Malmok in het
uiterste noordwesten en bedraagt ruim 40 kilometer. De breedte varieert van 5
tot 12 kilometer. De totale oppervlakte van het eiland bedraagt 288 vierkante
kilometer. Hiermee is Bonaire (na Curaçao) het één na grootste eiland van de
Nederlandse Antillen. De hoofdstad van Bonaire is Kralendijk.
Kralendijk
Kralendijk is circa 1810 rond de op deze plek aanwezige natuurlijke haven
ontstaan. Hier hadden de Nederlanders een klein fort gebouwd, Fort Oranje,
om het eiland tegen invallers te beschermen. Het fort dat aan het eind van de
achttiende eeuw was gebouwd huisvestte tot 1837 de commandeur. Daarna deed het
lange tijd dienst als opslagplaats van gouvernementsgoederen en het heeft ook
een tijd als gevangenis dienstgedaan. Rond 1868 werd er een houten vuurtoren in
het fort bijgebouwd en deze werd in 1932 door een stenen toren vervangen. De
eilandbewoners duiden (nog altijd) Kralendijk aan met de naam Playa (strand).
Lange tijd was het kolonisten verboden om zich op het eiland te vestigen.
Ondanks dit verbod kwamen er toch van buiten het eiland nieuwe bewoners om zich
hier te vestigen, en Playa groeide langzaam maar zeker uit tot een klein stadje.
Er werden diverse huizen gebouwd waaronder in 1837 het huis van de gouverneur.
Dit fraaie huis werd in 1973 gerestaureerd en biedt momenteel onderdak aan de
eilandsraad. Hier zetelt het eilandsbestuur. Pas rond 1840 kwam de naam
Kralendijk in zwang. Deze naam is afgeleid van de plaats van vestiging, namelijk
op een dijk van koraalsteen. Behalve Fort Oranje en het voormalige
gouverneurshuis, zijn in Kralendijk nog een aantal interessante bouwwerken te
bezichtigen. Zo is aan de haven bijvoorbeeld een kleine groentemarkt, in 1935 in
Romeinse stijl opgetrokken, te zien. Het centrum van het stadje is het
Wilhelminaplein. Hier staat midden op het plein het in 1857 gebouwde
protestantse kerkje. In het plantsoen staat een obelisk ter herinnering aan het
300-jarig Nederlands gezag, dat begon met de landing van Van Walbeeck op 26 juli
1634. Dit monument is in 1934 hier neergezet. Er tegenover staat een moderner
monument ter herinnering aan de 34 Bonairianen die gesneuveld zijn tijdens de
Tweede Wereldoorlog.
Flora & fauna
Als gevolg van het tropisch-aride klimaat is de flora van Bonaire vrij
beperkt. Ze omvat circa 500 soorten. Blijvende groene grasgroei ontbreekt en de
vegetatie bestaat voornamelijk uit al dan niet gedoornde struikgewassen als
cactussen, agaven en aloë, en lage boomsoorten waaronder de dividivi of
watapana, die een opvallende plaats inneemt met zijn door de wind bepaalde vorm.
Mangrove-vegetatie komt vooral op de kleigrond langs binnenbaaien voor. Het
meest opvallend is de grote verscheidenheid aan cactussen. De fauna is eveneens
beperkt. Bonaire geniet vooral bekendheid om de aanwezigheid van de Caribische
flamingo. Verspreid over het eiland treft men deze oranjerood gekleurde flamingo
nog steeds in redelijke aantallen aan. In vroeger tijden waren er in het gehele
Caribisch gebied ruim dertig broedkolonies. Dat aantal is onder druk van de
voortschrijdende beschaving echter inmiddels al teruggelopen tot slechts vier,
waarvan het Pekelmeer op Zuid-Bonaire er een is. Uniek voor het eiland is verder
de geelvleugelamazone-papegaai, ook wel bekend onder zijn lokale naam lora.
Deze zeldzame papegaai is herkenbaar aan z'n hardgroen met gele kop. Op het
eiland komt verder maar één slangensoort voor, namelijk de zilverslang, een
ongevaarlijk soort. Ook komt er een zestiental hagedissoorten voor, waarvan acht
soorten inheems zijn en hiervan is de plantenetende leguaan de meest bekende.
Bonaire heeft een redelijke vogelstand. De meeste van de ruim 180
vogelsoorten die op Bonaire voorkomen, overwinteren er alleen maar of zijn op
doortocht naar een andere broedplaats. Ongeveer 50 soorten broeden op het
eiland. Sommige van deze vogelsoorten behoren tot de mooiste ter wereld, zoals
de West-Indische parkieten prikichi, de gele troepiaal en de chibichibi ook wel
suikerdiefje genaamd. Enkele vogelsoorten zijn wettelijk beschermd, waaronder de
lora, de gele troepiaal en het suikerdiefje. Verder komt men op het eiland in
zeer groten getale geiten en in mindere mate ezels tegen.
De zeefauna rondom Bonaire is uniek. De koraalriffen van Bonaire worden tot
de mooiste van de wereld gerekend en ook de visstand is hier schitterend. De
zeefauna en -flora hebben hier duidelijk geprofiteerd van het feit dat de
overheid de kuststrook rondom het eiland in 1979 tot beschermd gebied heeft
verklaard, door het in het leven roepen van een Bonaire Marine Park. Als
gevolg hiervan valt het water en alles wat er in woont en leeft tot een diepte
van 60 meter onder het onderwaterpark Bonaire Marine Park. Eerdere
maatregelen zoals een speervisverbod (1971) en het verbod om koraal mee te nemen
hebben duidelijk hun vruchten afgeworpen. Ook voor wat betreft de visstand.
Nergens in het Caribisch gebied zijn de vissen langs de kust zo talrijk en zo
tam (sommige soorten laten zich zelfs voeren). Enkele veelvoorkomende vissoorten
zijn Franse keizersvissen, ballonvissen, groupers, amberjacks, kinkhoorns,
koffervissen, krabben, kreeften, damselfishes, murenen, papegaaivissen,
schildpadden, schorpioenvissen, gele snappers, trekkervissen, trompetvissen,
zeepaardjes en zeesterren.
Bevolking
Bonaire telt circa 15.000 inwoners. Dat is, gezien de oppervlakte van het
eiland, zeer weinig. De geschiedenis van het eiland is in grote mate bepalend
geweest voor de samenstelling van de huidige bevolking. Een belangrijk kenmerk
van de bevolking van Bonaire is de etnische diversiteit, al is het negride
element wel het meest prominent aanwezig. Toen Bonaire in 1636 door de
Nederlanders op de Spanjaarden werd veroverd, werd het eiland door een handjevol
Spanjaarden en Indianen bewoond. Dezen vluchtten niettemin allemaal voor de
nieuwe bezetter en Bonaire was onbewoond. Het eiland werd vervolgens door de
Nederlanders omgetoverd tot een plantage ten behoeve van het nabijgelegen
Curaçao. Daartoe haalde men grote aantallen uit Afrika afkomstige negerslaven
naar het eiland. Jarenlang bestond de bevolking van Bonaire uit enkele honderden
negerslaven en een handjevol Nederlanders die toezicht hielden. Met de
afschaffing van de slavernij in 1862 vertrok een deel van de vrijgekomen
negerbevolking naar andere eilanden. Aan het begin van de twintigste eeuw
bestond de bevolking van Bonaire uit ruim 5.000 zielen, van wie het overgrote
deel negride en een zeer klein deel blank was. Uiteraard zijn er door de eeuwen
heen tevens mulatten, afstammelingen van gemengde ouders, bijgekomen. Het
merendeel, ruim drieënnegentig procent, van de huidige inwoners is Nederlands
Antilliaan van origine. Daar horen evenzeer de inwoners bij die afkomstig zijn
van Aruba, Curaçao en de Bovenwindse Antilliaanse Eilanden. Circa negentig
procent is geboren op het eiland. Verder telt het eiland enkele honderden
inwoners afkomstig uit Nederland, Amerika en Venezuela. Een heel klein
percentage komt van andere Caribische eilanden, bijvoorbeeld van de Dominicaanse
Republiek. Het meest opvallende aan de bevolkingssamenstelling van dit moment is
verder dat de gemiddelde leeftijd onder de dertig jaar ligt en dat het aantal
vrouwen het aantal mannen overtreft.
Economie
De economie van Bonaire berust hoofdzakelijk op drie pijlers, te weten de
verwerking van ruwe olie, de toeristenindustrie en de dienstverlening. De
economische situatie van dit kleine eiland is door de eeuwen heen nooit echt
goed geweest. Natuurlijke bronnen van enige importantie ontbreken en het klimaat
en de bodemgesteldheid maken het eiland ongeschikt voor landbouw- en
veeteeltdoeleinden. Het gevolg is dat de economie ook nu nog niet omvangrijk is
en gekenmerkt wordt door een zeer eenzijdig karakter. Het overgrote deel van de
beroepsbevolking is tegenwoordig werkzaam in de dienstverlenende sector.
Landbouw en veeteelt zijn te verwaarlozen als bronnen van inkomsten. De visserij
is vooral gericht op de lokale markt en dus dienovereenkomstig niet groot. De
belangrijkste bronnen van inkomsten zijn de zoutindustrie, de overslag van olie,
de textielindustrie en het toerisme. De grootste werkverschaffer op het eiland
is de overheid. Het werkloosheidscijfer bedraagt circa 4 procent. Dit cijfer
lijkt laag, maar veel eilandbewoners verlaten het eiland om elders emplooi te
vinden waarbij vooral de zustereilanden Aruba en Curaçao populair zijn. Een
gevolg hiervan is dat de actieve beroepsbevolking relatief klein is.
Geschiedenis
Bonaire is in 1499 door de Spanjaarden ontdekt en werd toen bewoond door
Arawak-Indianen, die oorspronkelijk afkomstig waren van het Zuid-Amerikaanse
continent. De Spanjaarden noemden het eiland naar het Arawak woord bo-nah
hetgeen laagland betekent. Het eiland was tussen 1527 en 1633 een Spaanse
kolonie. In 1634 veroverden de Nederlanders het eiland en al snel brachten ze
zoutwinning - zout was destijds van levensbelang voor de Nederlandse economie,
men had het nodig voor het pekelen van de haringvangst - tot ontwikkeling.
Daartoe haalde men grote aantallen uit Afrika afkomstige negerslaven naar het
eiland. Jarenlang bestond de bevolking van Bonaire uit enkele honderden
negerslaven en een handjevol Nederlanders die toezicht hielden. Op diverse
plaatsen zijn deze zoutpannen nog altijd te zien. Zo bestaat het uiterste zuiden
van Bonaire uit een laagterras met zoutpannen. Dit langwerpige, smalle
zoutwatermeer - toepasselijk Pekelmeer genaamd - was vroeger door een
kleine koraalstenen dam van de zee gescheiden. Langs dit Pekelmeer staan ook de
beruchte slavenhutjes. Hier brachten de slaven doordeweeks de nacht door na hun
slavenarbeid in de zoutpannen.
Na de afschaffing van de slavernij in 1862 kwam een einde aan de
gouvernementsexploitatie van het eiland en werden de gouvernementsgronden
verkaveld en publiekelijk geveild. Een en ander had als resultaat dat twee
grootgrondbezitters bijna het hele eiland opkochten. De bevolking van Bonaire
bestond op dat moment uit voormalige slaven, kleine landbouwers en veetelers,
die nu geconfronteerd werden met zaken als afschaffing van het communaal
weiderecht, gedwongen winkelnering en zeer lage lonen. Het was armoe troef en
ook de twee grootgrondbezitters kregen een tegenslag te verwerken toen de
overheid een nieuwe wet uitvaardigde waarin tien procent belasting werd geheven
op het uitvoeren van houtskool, hars, vee en zout. De slechte economische
omstandigheden hadden tot gevolg dat veel eilandbewoners rond 1900 naar
Venezuela vertrokken, waar men werk vond in de kopermijnen. Zij die achterbleven
op Bonaire hadden een karig bestaan. De Eerste Wereldoorlog ging geheel aan
Bonaire voorbij en terwijl op de beide zustereilanden het zwarte goud - de
olie-industrie - de economie naar ongekende hoogten opstuwde, bleef de
economische situatie en het levenspeil op Bonaire ver beneden de maat. De
opkomst van de olie-industrie op Aruba en Curaçao had echter uiteindelijk ook
voor Bonaire een positieve werking. De economie van de Nederlandse Antillen als
geheel ging dankzij de olie en de werkgelegenheid die het met zich meebracht met
sprongen vooruit en er werd geld vrijgemaakt om Bonaire mee te laten profiteren
van de winsten die gemaakt werden. Zo werden de wegen verbeterd en geasfalteerd,
de aanlegsteiger in de haven vernieuwd, er werd elektriciteit en telefoon
aangelegd, er werden vuurtorens gebouwd en de medische voorzieningen werden
verbeterd. Belangrijk was ook de aanleg van een vliegveld. Op 30 mei 1936 landde
er voor het eerst een vliegtuig afkomstig van zustereiland Curaçao op het
eiland.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op Bonaire een interneringskamp
ingericht. Een eerste stap naar een nieuwe bron van inkomsten - het toerisme -
was hiermee onbewust gezet. Het speciaal gebouwde houten interneringskamp werd
na de oorlog namelijk omgebouwd tot hotel. Dit eerste hotel op Bonaire betekende
een belangrijke stap voorwaarts voor het eiland. In de laatste 20 jaar is vooral
de opkomst van het duiktoerisme van groot belang geweest voor het eiland. Er is
met man en macht gewerkt om het eiland voor de (eco-)toerist - zonder daarbij
schade te berokkenen aan het vele natuurschoon dat het eiland zowel boven als
onder water bezit - zo aantrekkelijk mogelijk te maken.
Cultuur & Folklore
In 1956 werd op Bonaire het Cultureel Centrum Bonaire opgericht.
Doelstelling is het stimuleren van zelfwerkzaamheid op cultureel gebied. Verder
exploiteert men de Centrale Bibliotheek, verzorgt het Cultureel Centrum Bonaire
diverse cursussen en in overleg met het eilandbestuur organiseert men een groot
aantal culturele en folkloristische activiteiten en evenementen op het eiland.
Bonaire heeft een typische folklore welke bij jaarlijks terugkerende
festiviteiten en speciale optredens in hotels in ere wordt gehouden. De folklore
op Bonaire is ontstaan uit een samengaan van Caribische, West-Europese,
Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Noord-Amerikaanse invloeden. Vooral in de
diverse dansen zijn deze invloeden nog goed zichtbaar. Van Afrikaanse origine
zijn de tambú en de tumba. West-Europese invloeden zien we onder
andere in de mazurka, de wals, de polka en de baile di
sinta. Van Latijns-Amerikaanse oorsprong zijn de danza en de joropo
en Caribische en internationale invloeden herkennen we in de rumba, de carioca
en de merengue. Tijdens veel folkloristische evenementen staan deze
dansen op het programma. Een groot aantal van deze dansen wordt door
folkloristische groepen - Grupo Folklóriko - bestaande uit vier dansers
en vier danseressen onder begeleiding van een Antilliaanse muziekband tijdens
speciale optredens getoond. Informeer bij de receptie van uw hotel of bij het
toeristenbureau waar ze optreden. Het is zeker de moeite waard een dergelijk
folkloristisch optreden met dans en muziek mee te maken, omdat beide een
belangrijk onderdeel zijn van de culturele achtergrond van het eiland. Bij zo'n
optreden zult u tevens kennis kunnen maken met de klederdracht, die nu niet meer
gedragen wordt, maar bij folkloristische evenementen nog wel. Bonaire heeft elk
jaar een aantal feestdagen die met folkloristische dans, zang, muziek en
klederdracht opgeluisterd worden. De belangrijkste zijn Maskerada in de
eerste week van januari, het Carnaval, het Bonairiaanse oogstfeest Simadan
dat van eind februari doorgaat tot eind april en Diá di Boneiru op 6
september.
|